De Slovensky Cuvac


In het midden van het Karpatengebergte, waar de weidebedrijven ontstonden naar het schaapherdersrecht, strekt zich heden ten dage het Liptauer gebied in het hart van de West-Tatra uit.
Hier concentreert zich ook het fokken van de witte schaapsherdershonden.

Topografisch zijn in dat gebied de dorpen, volgens strenge schaapsherderordeningen gesticht. Het gebied strekt zich uit van Hoog- en Laag-Tatra tot in de Marische Beskiden.
Hier fokte prof. Antonin Hruza de typische reuen en teven voor de fokkerij en stichtte als vervolg op het fokken van de Slovensky Cuvac in het jaar 1929, het fokkersboek aan de Hogeschool voor diergeneeskunde te Brunno. De eerste evenwichtige groep van reuen en teven van de witte schaapsherdershonden werden op de wereldtentoonstelling van de FCI in 1965 te Brunno door fokkeroppasser Dr. Vilem Kurz rondgeleid. Hij verdedigde de erkenning van de standaard zodat in hetzelfde jaar bij de FCI conferentie in Praag, de Slovensky Cuvac als origineel Tsjecho-Slowaaks hondenras onder het FCI nummer 142-CS erkend werd.

Tot op de dag van vandaag is er aan deze standaard, die grondig wordt beschreven in de verzamelbundel "Slowakischer Cuvac - Priroda Bratislava 1977" niets veranderd. Het gaat in principe om een forse imposante hond met een schofthoogte van 60 tot 70 centimeter.


Werkeigenschappen van de Slovensky Cuvac


De grootste nadruk voor het gebruik van de Slovensky Cuvac leggen de herders bij zijn vermogen de schaapskudde rustig maar nadrukkelijk op te drijven voor het melken. De kudde moet altijd in de buurt van de melker worden gehouden, zonder dat daarbij teveel drang ontstaat. Het houden van de kudde binnen deze afstand is één van de grootste verdiensten van de Cuvac. Hierdoor zijn honden van een gemiddelde grootte nodig die bijzonder vastberaden zijn.

Andere plichten van de Slowaakse schaapsherdershond hebben betrekking op de beheersing van de kudde op de weide en de bewaking van de schaapskooi of de herdershut.

Bij al zijn werkzaamheden gaat het om diensten op allerlei arbeidsgebieden en weersomstandigheden. Juist op kale bergweiden en -hellingen kan het flink waaien en grote temperatuursverschillen heersen er tussen dag en nacht Deze vereisen een gezonde en geharde hond.
De temperaturen daar behoren tot de meest extreemste in Europa en vergen een buitengewone bereidwilligheid van het organisme van de hond. Hierdoor is het ook begrijpelijk dat deze ruwe omstandigheden er voor hebben gezorgd dat hondenrassen uit het laagland nooit hebben kunnen aarden in deze gebieden. Omgekeerd kan de Slovensky Cuvac wel goed in het laagland aarden. Daarom hebben de bergpassen in die gebieden de typische kenmerken van het oorspronkelijke type behouden.


Algemene verschijning


De raskenmerken van de Slovensky Cuvac voldoen aan het type van een berghond met een stevige lichaamsbouw, een statige gestalte en een dichte vacht. Hij heeft een sterk beendergestel, en een levendig temperament en is waakzaam, onverschrokken en scherpzinnig.
Zijn gestalte is min of meer rechthoekig van formaat en rust op sterke tamelijk hoge benen. Zijn naam heeft hij aan zijn scherpzinnigheid en aan zijn waakzaamheid te danken, want het Slowaakse woord "Cuvat" betekent "horen". Om 's nachts van roofdieren te kunnen worden onderscheiden, wordt hij sedert oeroude tradities alleen in het wit gefokt.

 

De tien geboden van de goede baas


1. Voed uw hond met dezelfde zorg als een kind op.

2. Spreek tot uw hond. Hij kan niet antwoorden, maar hij begrijpt je door de toon van je stem en de uitdrukking van je gezicht : hij zal je met de ogen antwoorden.

3. Straf nooit een hond voor een flater of een ongehoorzaamheid die hij misschien wel een uur geleden heeft verricht. Hij zou het niet begrijpen en de straf als onrechtvaardig beschouwen. Hij zou langzamerhand het vertrouwen in jou verliezen.

4. Je hond mag je nooit met een stok, een leiband of zweep slaan of hij zal je handen beginnen vrezen. Indien je streng moet optreden zal een boze stem voldoen. In het ergste geval mag je hem desnoods in het nekvel knijpen; de best aangepaste wijze is heel eenvoudig te doen alsof hij niet bestaat. Aangezien zijn baasje zijn God is, zal dit hem meer treffen dan men gewoonlijk kan verwachten.

5. Sluit uw hond nooit uren op bij wijze van straf, indien hij na een foutje met vertrouwen naar jou toekomt. Jij beschikt over boeken, muziek, vrienden....zodat je je niet verveelt. Jouw hond heeft alleen zijn baasje, u dus, en hangt dus volkomen af van jouw goede wil om in zijn alledaagse leven wat verscheidenheid te brengen.

6. Indien de hond op de africhting niet onmiddellijk begrijpt wat je van hem verwacht is dit zeker geen bewijs van kwaadwilligheid. Wees geduldig, wees lief en probeer je nogmaals te doen begrijpen. Een hond leert graag en werkt meestal met genoegen : de oefeningen zijn welkom.

7. Sluit uw hond nooit op in de wagen als het warm weer is. Indien het echt niet anders kan, zorg ervoor uw auto te parkeren waar hij steeds in de schaduw zal blijven. Voor de frisse lucht vergeet je vooral niet een ruit open te laten. Water moet hij ook ter beschikking hebben.

8. Van hond verander je zeker niet als van hemd. Een hond is geen voorwerp, maar een onvervangbare vriend die je volledig toegewijd is in voor- en tegenspoed.

9. Hou van de hond, spreek dikwijls tot uw hond. Zijn leven is al zo kort en hij zal je zijn hele leven trouw blijven.

10. Zorg nog beter voor uw hond als hij oud wordt. Denk eraan dat ook hij met de jaren van zijn voortvarendheid en sterkte verliest. Misschien lijdt hij wel aan een hartprobleem of reumatiek? Je moet hem bij voorkeur licht verteerbaar voedsel geven en geduld vertonen indien hij een beetje doof geworden is en niet zo vlug als vroeger reageert. Vergeet niet dat jij ook eens oud wordt : indien je blind wordt zal je heel tevreden zijn een hond te hebben waarop je kan rekenen om je te leiden.